Pages Menu

Torenlaan 11B‎
035 69 321 94
1402 AT Bussum
info@oefentherapie-bussum.nl
TwitterFacebook
Categories Menu

DCD 1 en 2

DCD 1 en 2

Wat is DCD? DCD betekent Developmental Coordination Disorder. In het Nederlands kun je spreken van een ‘ontwikkelingsstoornis van de coördinatie van bewegingen’.

Kinderen met deze stoornis hebben een scala aan problemen die te maken hebben met motoriek (bewegen) en dagelijkse handelingen. Maar ook gedrag -, sociale – en cognitieve problemen kunnen deel zijn van deze stoornis. De diversiteit aan problemen die deze kinderen ondervinden leiden secundair vaak tot een lagere zelfwaardering, faalangst en introversie.

De uitingen van DCD zijn zeer gevarieerd, afhankelijk van leeftijd en ontwikkeling. Enkele voorbeelden:

  • Bij een jong kind zullen de motorische mijlpalen later bereikt worden.
  • Bij schoolgaande kinderen zullen er langdurig problemen zijn met handschrift, balvaardigheid en/of spel.
  • De problemen met bewegen vallen meer op in dynamische en onvoorspelbare situaties (teamsport).
  • Thuis zijn er onder meer problemen met stilzitten (bewegingsonrust), veters strikken, (leren) zwemmen, fietsen, aan- en uitkleden en andere zelf verzorgingstaken, evenwicht bewaren en balspel.
  • Het bewegen is vaak onhandig of houterig en kan vaker gepaard gaan met struikelen of vallen.
  • Nieuwe bewegingen aanleren is moeilijker en duurt langer. Vooral samengestelde bewegingen zijn moeilijker voor kinderen met DCD.
  • Ook het werktempo ligt vaak lager omdat ze meer tijd nodig hebben.

Momenteel wordt pas van DCD gesproken wanneer aan de volgende criteria wordt voldaan;

  1. De uitvoering van dagelijkse bezigheden waarvoor coördinatie van de motoriek vereist is, ligt fors lager dan hoort bij het leeftijdsniveau van het kind.
  2. Deze problemen hebben duidelijk negatieve gevolgen voor de schoolresultaten en dagelijkse bezigheden.
  3. De stoornis is niet het gevolg van algemene medische aandoening of van een ‘pervasieve ontwikkelingsstoornis’ (stoornis in het totale ontwikkelingsverloop).
  4. Bij een lagere intelligentie zijn de motorische problemen ernstiger dan gebruikelijk.

DCD wordt uitsluitend vastgesteld na onderzoek door een revalidatie- of kinderarts of een neuroloog. Het lijkt voor te komen bij 5-10% van de schoolgaande kinderen, méér bij jongens (♀4, ♂10).

De oorzaak van DCD is niet duidelijk. Het is daarom een verzamelterm voor verschijnselen die niet op een ándere oorzaak duiden. Met o.a. een functionele MRI doet men momenteel onderzoek hiernaar. Voor méér informatie over DCD kunt u terecht op de website van balans: www.balansdigitaal.nl.
Of klik hier, informatie voor leerkrachten. Voor therapie bij motorische en dagelijkse problemen kunt u terecht bij een kinderoefentherapeut www.kinderoefentherapie.nl